
Veilige en zuinige werking
De eigenaar en de gebruiker (exploitant) zijn verantwoordelijk voor een veilig gebruik.
Voor de veilige en economische werking van een afwateringsinstallatie moeten de benodigde bedienings- en onderhoudsinstructies aan de exploitant worden overhandigd.
Om aan zijn verplichtingen en zorgvuldigheidsplichten te voldoen, moet de exploitant door de fabrikant van de installatie een instructie krijgen over de bediening van de installatie en vertrouwd worden gemaakt met de werking ervan. Er moet in het bijzonder worden gewezen op installaties waarvan de duurzame werking alleen kan worden gegarandeerd als er regelmatig inspecties of onderhoud worden uitgevoerd, zoals afvalwaterpompinstallaties, terugstuwbeveiligingen, afscheiders en zuiveringsinstallaties. Hiervoor moet een protocol voor de inbedrijfstelling en instructie worden opgesteld.
Controle op werking en gebrekkeloosheid
Naast het gebruik volgens de bestemming moeten de afwateringsinstallaties door middel van regelmatige controles worden getoetst op een veilige werking en de afwezigheid van gebreken, en moeten ze, voor zover nodig, door middel van voldoende onderhoudsmaatregelen in een bedrijfszekere staat worden gehouden.
Voorwaarde voor een storingsvrije werking van de afwateringsinstallatie is dat de bedrijfsomstandigheden worden nageleefd die ten grondslag liggen aan het ontwerp en de bouw.
Onderhoud, reparaties en wijzigingen aan afwateringsinstallaties mogen alleen worden uitgevoerd door vakkundig personeel.



