Naar de hoofdinhoud gaan
Terug naar het overzicht

algemene inspectie

volgens DIN EN 1999-100

Onderdelen van de algemene inspectie

Vóór de inbedrijfstelling en daarna met tussenpozen van maximaal 5 jaar moet de afscheidingsinstallatie, na voorafgaande volledige lediging en reiniging, door een vakkundige worden gecontroleerd op de juiste staat en de correcte werking (algemene inspectie). 

Daarbij moeten ten minste de volgende punten worden gecontroleerd of vastgelegd: 

  • Gegevens over de plaats van de controle, de exploitant van de installatie met vermelding van de inventarisgegevens, de opdrachtgever, de controleur en de bevoegde autoriteit 
  • Nominaal vermogen  
  • Beveiliging tegen het weglekken van lichte vloeistoffen uit de afscheidingsinstallatie of de schachtconstructies (verhoging / waarschuwingssysteem) 
  • bouwkundige staat en dichtheid van de afscheidingsinstallatie 
  • Toestand van de binnenwandoppervlakken of de binnenbekleding, de inbouwdelen en de elektrische voorzieningen, indien aanwezig
  • Kalibratie van de automatische afsluitinrichting door bepaling van het gewicht en het volume van de vlotter 
  • Volledigheid en plausibiliteit van de aantekeningen in het bedrijfslogboek 
  • Bewijs van de correcte lediging van de inhoud van de afscheidingsinstallatie