Naar de hoofdinhoud gaan
Terug naar het overzicht

Zelfcontrole, onderhoud en bediening

van lichte vloeistoffen afscheiders

Zelfcontrole volgens DIN EN 1999-100

De werking en de staat van de afscheidingsinstallatie moeten ten minste eenmaal per maand door een deskundige worden gecontroleerd:

  • Visuele inspectie van de in- en uitloopzones van de slibvang en de afscheider
  • Meting van de laagdikte of bepaling van het volume van de afgescheiden lichte vloeistof in de afscheider
  • Meting van het slibpeil in de slibvang, bij voorkeur in het toevoergebied
  • Controle van de automatische afsluitinrichting en eventueel aanwezige waarschuwingsinrichtingen
  • Controle van de doorlaatbaarheid van de coalescentie-inrichting door visuele controle van het waterpeil bij waterdoorstroming

Geconstateerde gebreken moeten onmiddellijk worden verholpen!

Onderdelen volgens DIN EN 1999-100

De afscheidingsinstallatie moet halfjaarlijks door een deskundige worden onderhouden volgens de voorschriften van de fabrikant en het officiële besluit.

Naast de maatregelen voor zelfcontrole moeten bovendien de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd:

  • Controle van de coalescentiefilter volgens de voorschriften van de fabrikant 
  • Controle van de zichtbare binnenruimtes door visuele inspectie op zichtbare schade
  • Reiniging en controle van de automatische afsluitinrichting en sondes van aanwezige waarschuwingsinrichtingen
  • Leegmaken en reinigen van de afscheider bij uitzonderlijke vervuiling
  • Reiniging van de monsternamevoorziening/de monsternameschacht indien nodig 

Geconstateerde gebreken moeten onmiddellijk worden verholpen!  

Bedrijf

De installatie moet worden bediend door deskundig en opgeleid personeel. Er moet een bedrijfslogboek worden bijgehouden conform DIN EN 1999-100, waarin de data en resultaten van de uitgevoerde eigen controles, werkzaamheden aan het onderhoud en inspecties, het verhelpen van eventueel geconstateerde gebreken en de lediging van onttrokken stoffen moeten worden vastgelegd.