Naar de hoofdinhoud gaan
Terug naar het overzicht

Bepaling van het terugstuwniveau

Ontwerp van terugstroombeveiligingssystemen

Hoe bepaal je het terugstuwniveau?

Allereerst moet worden nagegaan of een terugstuwniveau nodig is. Eerst moet het niveau van het terugstuwniveau worden bepaald. Formeel gezien kan het terugstuwniveau door de lokale overheid worden vastgesteld. Dit ontslaat de ontwerper echter niet van de plicht om de lokale situatie nauwkeurig te bestuderen, rekening houdend met het natuurkundige principe van de communicerende buizen. Hierdoor kunnen er afwijkende, geheel andere terugstuwniveaus ontstaan. 

Als er geen gegevens beschikbaar zijn, geldt het volgende: 

  • Bij vlak terrein: het wegdek inclusief trottoir of berm (DIN-EN 12056)
  • Bij hellend terrein: 15 cm boven het niveau van de dichtstbijzijnde rioolput, gezien tegen de stroomrichting in (Ö-Norm B2501)
  • Bij aangesloten verzamelputten: de bovenrand van het putdeksel 

Aanbeveling van KESSEL – Houd voldoende afstand!

Houd bij het bepalen van het veilige terugstuwniveau altijd rekening met een veiligheidsmarge ten opzichte van het fysieke stuwniveau!

  1. Fysiek stuwpeil
    Statische verdeling van water door middel van communicerende buizen
  2. Veiligheidsafstand
    Noodzakelijke afstand tussen het fysieke stuwpeil en het terugstuwniveau
  3. Te veronderstellen terugstuwniveau
    Dynamische verdeling van water op basis van stuwdruk en bronstroom

veiligheidsafstand

Wat andere regelgevingen hierover voorschrijven.

Oostenrijk: ÖNORM B 2501 = 15 cm
Zwitserland: SN 592 000 = 10 cm
Diverse gemeentelijke verordeningen = 10 tot 30 cm

DIN EN 12056-4:
„Wegdek is de rijbaan inclusief trottoirs en bermen” (dit komt overeen met ongeveer 15 cm)
Daarom: KESSEL-aanbeveling voor een veilig terugstuwniveau = fysiek terugstuwniveau = bovenkant van de weg plus 15 cm veiligheidsafstand

Bepalend niveau

In de volgende stap moet het relevante niveau van de afvoerpunten als referentiewaarde worden bepaald. Hierbij is het volgende van belang:

  •  voor afvoerpunten van afvalwater: het waterpeil in de sifon
  • voor regenwater: de bovenrand van het afvoerpunt (rooster)

En in de volgende stap moet worden nagegaan welke van deze afvoerpunten onder het terugstuwniveau liggen en daarom moeten worden beschermd.

Bepalend voor afvoerpunten voor afvalwater is de hoogte van de sifon (GVH). Deze moet worden vergeleken met het terugstuwniveau (RSE).