Naar de hoofdinhoud gaan
Terug naar het overzicht

Bepaling van het gebruiksdoel

Welke pomp is wanneer nodig?

Als het gebruik van een afvoerpunt onvermijdelijk is, moet de daarachter geplaatste terugstroombeveiliging ervoor zorgen dat afvoer ook tijdens een terugstuwsituatie mogelijk blijft. Dit vereist dus dat de pomp in werking is. De pomp moet daarbij ofwel via de terugstuwlus, ofwel tegen de terugstuw in naar de afvoerleiding afvoeren.

Hybride afwatering (terugstuwpompinstallaties en hybride opvoerinstallaties) biedt bij een pompstoring nog meer bedrijfszekerheid, omdat de afwatering bij voldoende verval naar het riool gewoon doorgaat. Er wordt dus geen energie verbruikt door de pomp. Pas wanneer er een terugstroom optreedt, sluit een motorische afsluitinrichting en vindt de afwatering plaats via de ingebouwde pomp.

Er kan worden afgezien van het gebruik van een afvoerpunt:

  • in woningen, wanneer het afvoerpunt niet wordt gebruikt en er onafhankelijk hiervan een toiletinstallatie boven het terugstuwniveau beschikbaar is
  • bij afvalwater dat minerale oliën bevat, als er geen risico is dat opgeslagen lichte vloeistoffen weglekken
  • bij vethoudend afvalwater, wanneer het keukengebruik kan worden onderbroken

Met name voor opvoerinstallaties geldt dat een dubbele opvoerinstallatie met twee pompen met hetzelfde debiet, overeenkomstig de toepassing volgens DIN EN 12050-1 resp. DIN EN 12050-2, moet worden geïnstalleerd, indien de afvalwaterstroom niet mag worden onderbroken. De tweede pomp verbetert de bedrijfszekerheid.

Welke pompen zijn geschikt voor welk type toepassing?

Voor terugstroombeveiligingsinstallaties met drukafvoer (opvoerinstallaties, kleine opvoerinstallaties, pompstations, terugstuwpompinstallaties) moet, afhankelijk van het gebruiksdoel, worden bepaald of continu pompen vereist is of dat er in batches kan worden afgevoerd. Hiervoor moet worden nagegaan hoe vaak en welke hoeveelheden afvalwater via de terugstroombeveiliging worden afgevoerd.

Voor de lediging van grote, continu voorkomende afvalwaterhoeveelheden worden pompen van de bedrijfsmodus S1 (continu bedrijf) gebruikt. Bij bedrijfsmodus S3 (batchbedrijf of periodiek bedrijf met onderbrekingen) is de maximale bedrijfstijd van de pomp beperkt tot een bepaald percentage per 10 minuten (aangegeven in % of min.). Uit dit percentage vloeien voor dergelijke pompen dienovereenkomstig verschillende debieten voort.

Bedrijfsmodi van KESSEL-pompen

S1: Continu bedrijf
Let op: „continu bedrijf“ betekent niet dat de levensduur van een pomp onbeperkt is. Houd rekening met de voor het betreffende apparaat geldende gegevens inzake levensduur en bedrijfstijd. 

S3: Intermitterende werking
Voorbeelden van bedrijfstijdspecificaties:

  • S3 – 20%: 2 min. bedrijfstijd / 10 min.
  • S3 – 4 min.: 4 min. bedrijfstijd / 10 min.