Zo wordt afvoerapparatuur vakkundig onderhouden
Ook bij afvoertechniek zijn regelmatig onderhoud, inspectie en reiniging een voorwaarde voor een soepele werking. De DIN 1986-3 beschrijft alle essentiële maatregelen voor zelfcontrole, onderhoud en inspectie van vloerafvoeren.
Vooral bij vloerafvoeren en -goten met brandwerende elementen is het belangrijk om regelmatig te controleren of het stankslot goed zit en of er water in de sifon aanwezig is. De reden hiervoor is dat het water in de sifon bepalend is voor de juiste werking van het brandwerende element.
| Onderdeel van de installatie | Maatregel | Uitvoering | Tijdsbestek | |
| A. Afvoerelementen | ||||
| A.1 | Afvoeren met stankslot st.sl. | Inspectie / Onderhoud | Controle van het waterpeil in de stanksloten, bijvullen met water bij overschrijding van de toegestane daling van het waterpeil. Reinigen van stanksloten die vuilwater afvoeren. | 1 maand of indien nodig vaker |
| A.2 | Afvoeren zonder stankslot st.sl. | Inspectie / Onderhoud | Controleer of de in- en afvoer onbelemmerd verloopt. Reiniging van vuilvangers en openingen in de inlaatroosters, met name bij hofafvoeren en kelderafvoeren. | 6 maanden of indien nodig in kortere termijnen |
| A.3 | Afvoeren met olie-/benzineafsluiters volgens DIN EN 1253-5 | Inspectie / Onderhoud | Controleer of de automatische afsluiting soepel werkt en controleer de afdichtingsvlakken van de afsluiting. Verwijder zand en andere afzettingen uit de inlaatkamer. Als de barrière voor onderhoud wordt verwijderd, moet deze daarna weer met water worden gevuld. Tijdens het gebruik moet de barrière met water gevuld zijn. De instructies van de fabrikant voor installatie, gebruik en onderhoud moeten worden opgevolgd. | 6 maanden of indien nodig met kortere tussenpozen |
| A.4 | Dakafvoeren (met en zonder sifon) en noodoverlopen | inspectie | Controleer de in- en afvoer, ook van de noodoverlopen, onbelemmerd verloopt. Reinig de vuilvangers en inlaatroosters. | 6 maanden, met name in de herfst |
| onderhoud | Functiecontrole van de verwarming. Bij dakafvoeren voor het drukafvoersysteem moet worden gecontroleerd of de functionele onderdelen correct zijn geplaatst. Bij afvoeren met sifon moet bovendien de werking van het sifonelement worden gecontroleerd. | |||
| A.5 | Dakgoten / regenwaterafvoerleidingen | inspectie | Controleer of ze in goede staat zijn, schoon zijn en voorzien zijn van een beschermende verflaag. | 6 maanden, met name in de herfst |
| onderhoud | Controle van de uitzettings- en lengtecompensatoren, reiniging van de dakgoten, dakranden, dakranden en bladvangers. Functiecontrole van de verwarming. | |||
| A.6 | Stanksloten die niet onder A.1 vallen | inspectie | Controle van het waterpeil van de stanksloten, bijvullen met water bij overschrijding van de toegestane afname van het afsluitwater. | indien nodig |
| onderhoud | Reiniging van de stanksloten in regenpijpen. Reiniging van stanksloten voor afvalwater | 1 jaar of indien nodig met kortere tussenpozen |



