Naar de hoofdinhoud gaan
Terug naar het overzicht

inbedrijfstelling

van pomptechniek

Wat moet er bij de inbedrijfstelling worden gecontroleerd?

De inbedrijfstelling moet door een vakkundige worden uitgevoerd en moet schriftelijk worden vastgelegd. Voor de inbedrijfstelling is een proefdraai met water gedurende ten minste twee schakelcycli vereist. Tijdens de proefdraai moet droogdraaien worden vermeden.

 

Voor, tijdens en na deze proefdraai moet het volgende worden gecontroleerd: 

  1. De elektrische beveiliging van de afvalwaterverpompinstallatie volgens de voorschriften van de IEC of lokale voorschriften
  2. De draairichting van de motor  
  3. De schuiven (bediening, open stand, dichtheid)  
  4. De schakeling en instelling van de schakelhoogtes in de verzamelbak, voor zover deze niet door de fabrikant vast zijn ingesteld  
  5. Dichtheid van de installatie, de armaturen en de leidingen
  6. Bedrijfsspanning en frequentie  
  7. Werking van de terugslagklep  
  8. Storingsmeldingsinrichting  
  9. Bevestiging van de drukleiding
  10. Motorbeschermingsschakelaar; controle door het kortstondig losdraaien van afzonderlijke zekeringen (tweefasige werking)  
  11. Oliepeil (indien voorzien van een oliekamer)  
  12. Controlelampjes, meetinstrumenten en meters m) Werking van de eventueel geïnstalleerde handpomp