
Ruimtelijke vereisten
De ruimte voor vrijstaande opvoerinstallaties moet zo groot zijn dat er naast en boven alle onderdelen die bediend en onderhouden moeten worden, een werkruimte van ten minste 60 cm breedte en hoogte beschikbaar is. De opstellingsruimte moet voldoende verlicht en goed be- en ontlucht zijn. Voor de ruimteafwatering bij fecaliënopvoerinstallaties volgens EN 12050-1 moet een pompput worden aangebracht. Opvoerinstallaties worden in de praktijk vaak vrij in de ruimte opgesteld, maar ook in de grond ingebouwd of in betonnen pompputten.
Tip: Een moderne oplossing als alternatief voor het aanleggen van een pompput is het direct integreren van de opvoerinstallatie in de vloerplaat.



