Naar de hoofdinhoud gaan
Terug naar het overzicht

Deurgootjes

bij een hoge waterbelasting

Zo voert u een afdichting uit op vochtige binnenruimtes

Bij het ontwerpen van de afdichting in vochtige binnenruimtes moet rekening worden gehouden met de volgende punten: 

  • De ligging van de doucheruimte of de vloerafvoeren en afwateringsgoten
  • Hoogte van de watervoerende vlakken en de hellingsverhoudingen 
  • Mogelijkheid van wateroverloop naar aangrenzende ruimtes
  • Indien een oppervlaktehelling is voorzien, moet deze van de deur naar de afvoer zijn gericht 

Wateroverloop naar niet-geïnduceerde, aangrenzende vloeroppervlakken moet worden vermeden. Afhankelijk van de waterbelasting moeten bij deuropeningen drempels met een hoogteverschil van minimaal 1 cm (bijv. schuine vlakken) worden gepland. Bij drempels met een laag of geen hoogteverschil moet, afhankelijk van de waterbelasting, bovendien een afwateringsgoot worden aangebracht om het overstromen van water naar aangrenzende ruimtes te voorkomen. Bij W3-I moet altijd een goot worden aangebracht.

Beveiliging van deuren en toegangen

Daarnaast moeten deuren en toegangen worden beschermd tegen opspattend water en huishoudelijk afvalwater. Douchevlakken op vloerniveau of oppervlakken die aan vergelijkbare belasting worden blootgesteld, mogen niet zonder passende beschermingsmaatregelen direct naast deuren en toegangen worden geplaatst.  

De afdichtingslaag bij deuren en toegangen moet tot in de dagkanten worden doorgetrokken. Bestaande deurkozijnen moeten door de afdichtingslaag worden omsloten en de montage van de kozijnen mag pas plaatsvinden nadat de afdichtingslaag is aangebracht. Als alternatief is de montage van deurkozijnen met afdichtingsaansluiting mogelijk.