
2. Afvoerleiding
3. Ledigingsleiding
Welke leidingen moeten op de vetafscheider worden aangesloten?
Vetafscheiders hebben minimaal twee en meestal drie leidingen, die bij de installatie correct op het reservoir moeten worden aangesloten:
- Een toevoerleiding (eventueel extra geventileerd)
- Een afvoerleiding
- Eventueel een ledigingsleiding
De bindende voorschriften die van toepassing zijn op de leidingvoering en de omliggende afwateringsinstallaties worden hieronder in detail toegelicht.

Aansluiting van de toevoerleiding
Bij het aansluiten van de toevoerleiding moet ervoor worden gezorgd dat de leiding als ventilatieleiding over het dak wordt aangelegd en continu afloopt met een minimale helling van 2 % (1:50). Als de toevoerleiding over een lengte van 10 meter in horizontale richting geen apart geventileerde aansluitleiding heeft, moet deze zo dicht mogelijk bij de afscheider worden voorzien van een extra ventilatieleiding. Als de toevoerleiding over een langere afstand en/of door onverwarmde ruimtes wordt aangelegd, wordt de installatie van thermische isolatie en/of een begeleidingsverwarming met thermostaat aanbevolen.

Kalmeringszone
Direct vóór de vetafscheider moet een rusttraject aanwezig zijn om wervelingen in de afscheidingsbak te voorkomen. De lengte van het rusttraject moet ten minste tien keer de nominale diameter van de toevoerleiding in millimeters bedragen – bij een toevoerleiding met een nominale diameter van DN 100 dus ten minste 1.000 mm. De overgang van een verticale afvoerpijp naar het rustgedeelte moet worden uitgevoerd met twee 45°-bochten, die met elkaar worden verbonden door een Verlengstuk van minimaal 250 mm lang.

Aansluiting van de afvoerleiding
Net als bij de toevoerleiding moet ook bij de aansluiting van de afvoerleiding worden gezorgd dat de leiding met een constante helling wordt aangelegd. Als het waterpeil in de afscheidingsbak onder het terugstuwniveau ligt, moet de afvoerleiding volgens DIN EN 752-1 naar een nageschakelde opvoerinstallatie leiden, die het afvalwater boven het terugstuwniveau wegpompt.
Overige voorschriften

Afvoerpunten
Alle afvoerpunten via welke afvalwater naar de vetafscheider wordt geleid, moeten worden voorzien van stanksloten en, indien nodig, van uitneembare slibbakken.

ledigingsleiding
Bij vetafscheiders met directe lediging moet naast de toevoer- en afvoerleiding ook een ledigingsleiding worden aangesloten.

Afvoertemperatuur
In bepaalde gevallen moeten er maatregelen worden genomen om de temperatuur van het afvalwater aan de perceelgrens te beperken, in overeenstemming met de voorschriften van de overheid.



