Skip to main content

Hulp bij storingen

Waarschuwingen en storingsmeldingen op het display

[DE]   [EN]   [FR]   [IT]  [PL]   [RO]   

Weergavetekst

PFK 1

Mogelijke oorzaak

Oplossing

|Alarmniveau overschreden|WOverschrijding van het niveau van de peilsonde
of druksensor gedetecteerd.
Defecte pomp of te hoge watertoevoer
voor het vermogen van de pomp
Controleer bij herhaaldelijk optreden de dimensionering
van de installatie en de capaciteit van
de pomp(en).
|Batterijfout|SAccu ontbreekt, is defect of de spanning
daalt onder de vereiste drempelwaarde.
Controleer de laadstatus van de accu, de juiste
aansluiting en beschadiging van
de accuaansluitingen; vervang de accu indien
nodig.
|Draaiveldfout|SVerkeerd draaiveld van de netaansluiting,
fasen omgewisseld
2 Buitenaders van de toevoerleiding verwisselen.
|Drukfout|SSlang bij de schroefverbinding naar de drukbuis (of dompelklok) of besturingskast lekt. Groot niveauverschil binnen 10 minuten gedetecteerd (zonder geregistreerd pompproces).Controleer de dichtheid
van het druksensorsysteem.
|Fout servomotor 1|SKabelbreuk of motor van de regelklep defect.
Maximaal aantal schakelcycli overschreden / levensduur motor bereikt.
Controleer de motor van de regelklep. Neem
contact op met de klantenservice. Vervang de motor.
|Maximale looptijd 1 of 2|SPomp draait te lang per pompcyclus.Controleer het ontwerp van de installatie, neem indien nodig contact op met de klantenservice.
|Maximale toerental 1 of 2|SDe pomp draait te vaak in korte tijd.Controleer de installatie-instellingen, neem indien nodig contact op met de klantenservice.
|Communicatiefout|SOverdrachtsfout bij verschillende
communicatietypen, bijv. door
defecte kabel
Apparaatfout
Controleer de kabelverbinding/repareren.
Herstel de aansluiting van de LIN-kabel.
|LIN-fout (Sonic-Control)|SSensor niet aangesloten of
kabel defect.
- Controleer de
aansluitingen en sensorkabels.
- Vervang de sensor.
|Motorbeveiliging 1 of 2|SMotorbeschermingsschakelaar is geactiveerd -
Motorbeschermingsschakelaar verkeerd ingesteld.
Pompstroom te hoog door defecte of
geblokkeerde pomp.
Te hoge stroom door fase-uitval.
- Stel de stroomwaarde in volgens de pomp.
- Verwijder de blokkade.
- Vervang de pomp indien defect.
- Controleer het net op fase-uitval.
|Stroomuitval|S- Stroomuitval.
- Fijne zekering van het apparaat is
geactiveerd.
- Stroomuitval,
aardlekschakelaar is geactiveerd.
- Hoofdschakelaar defect, netvoeding
onderbroken.
- Geen oplossing bij algemene
stroomstoring
- Controleer de fijne zekering.
- Controleer de hoofdschakelaar.
- Controleer de netkabel.
- Bij bewust uitschakelen, sluit
de besturingskast af.
|Niveaufout|SVerkeerde opstelling of bekabeling
van de
vlottersensor in de besturingskast verkeerd geconfigureerd.
Functiecontrole uitvoeren volgens de
installatiedocumentatie.
|Fasefout|SBuitenleiding (fase) L2 of L3 is
niet meer aangesloten.
Controleer de aansluiting van
de netkabel en de zekeringen.
|Relaisfout 1 of 2|SVermogensschakelaar schakelt niet uit.Neem contact op met de klantenservice.
|Temperatuur schakelapparaat
overschreden|
SDe bedrijfstemperatuur van de besturingskast
is overschreden.
Pas de ventilatie of de omgevingsomstandigheden
van de besturingskast aan, installeer indien nodig
een Peltier-koelapparaat.
|SDS niet geslaagd|SZelfdiagnose mislukt. Geteste
component defect of niet aangesloten.
Neem contact op met de klantenservice.
|Sensor droog|SHet rustniveau is gedurende langere tijd niet gehaald.Vul de afscheider bij tot het rustniveau, kalibreer
indien nodig.

|Software-updatebestand|
SDe bestandsnamen of het formaat zijn
niet conform.
Bewerk de bestandsnamen of het formaat
volgens de documentatie van de installatie.
|Software-update
overzetting mislukt|
SEr is een fout opgetreden. De software-update
is niet uitgevoerd.
Maak opnieuw verbinding. Herhaal
de update. Neem contact op
met de
klantenservice als de fout blijft bestaan.
|Sensorstoring optische
sonde 1 of 2|
SKabelbreuk of defecte sonde.Schakel de batterij uit. Controleer
of de kabel correct is aangesloten en
of er continuïteit is. Controleer of de sonde werkt en vervang deze
indien nodig.
|Sondefout peilsonde|SWaterstroom leeg of vulniveau van de
waterstroom bereikt
Vul of leeg de waterkolom.
Controleer de peilsonde. Pas
de grenzen van de peilsonde en het filter aan.
|Thermische beveiliging 1a of
2a geactiveerd|
SZelfresettende
temperatuurbewaking is geactiveerd.
Pomp wordt te heet door continu draaien.
Zelfresetterend – na afkoeling
van de motor start de pomp automatisch
weer. De foutmelding
wordt automatisch bevestigd. Bij veelvuldig
optreden van de temperatuurfout
de pomp laten vervangen.
|Thermische beveiliging 1b of 2b geactiveerd|SDe
NIET-zelfresettende temperatuurbewaking is geactiveerd.
De pomp wordt te heet door continu bedrijf.
NIET-zelfresetterend – ook na
afkoeling van de motor blijft de pomp
inactief. De besturingskast moet
worden uit- en weer ingeschakeld. Laat de pomp vervangen als
de
temperatuurfout vaak voorkomt.
|Onderspanning| of
|Overspanning|
SOnder- of overspanning gedetecteerd.
De spanning van een fase L1,
L2 of L3 ligt onder of boven het
alarmniveau.
Controleer de ingangsspanning van de fasen. Stel
het alarmniveau van de spanning bij.
|Overstroom 1 of 2|SMaximale stroomopname van de pomp
overschreden, eventueel blokkade van het schoepenwiel.
Laat het pomponderhoud uitvoeren volgens de
gebruiksaanwijzing, laat de pomp
eventueel vervangen.
|Onderstroom 1 of 2|S- Stroomverbruik van de pomp ligt onder het minimum.
- Kabel tussen besturingskast en pomp onderbroken.
- Pomp defect.
Laat het onderhoud van de pomp uitvoeren volgens de
gebruiksaanwijzing, laat de pomp
eventueel vervangen.
|Onderhoud nodig|W- Onderhoudsdatum is bereikt.
- Geen onderhoudsdatum ingevoerd.
- Onderhoud uitvoeren.
- Onderhoudsdatum invoeren in menuoptie |3.3 Volgend onderhoud|.


1 potentiaalvrij contact (W = waarschuwing, S = storing)